Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

óók geen andere strijd geweest zou zijn, maar wèl, „dat de klassenstrijd de belangrijkste rol gespeeld heeft en zijn stempel op het politieke leven gedrukt heeft.”

Inderdaad, dat is voor het minst de bedoeling, èn bij Marx, èn vooral bij de epigonen. De theoreticus Marx (en niet de historicus en politicus, die te veel werkelijkheidszin aan den dag legde om zulke fouten te begaan), poneerde de stelling, dat al de andere krachten, zo ze al niet zó onbelangrijk zijn, dat ze verwaarloosd kunnen worden, toch in ieder geval volkomen overheerst worden door de alles dominerende kracht van de klassenstrijd.

Maar ziehier nu juist, wat bewezen moet worden. Erkent men, dat er in de wereld nog andere belangen zijn, dan die van de klassen, dan moet men aantonen, dat die klassenbelangen sterker zijn, dan al de andere. We hebben boven gezien, hoe Kautsky dit poogde te doen, en hoe jammerlijk z’n betoog mislukte. Dat kan ook niet anders, want het behoren tot eenzelfde klasse legt ternauwernood enige band tussen de mensen. Als men niets anders met elkaar gemeen heeft, dan dat men „ook loon ontvangt” en „ook geen grond en geen arbeidsmiddelen heeft”, dan is dat toch moeilijk te beschouwen, als een voldoende grondslag voor politieke samenwerking.

Men kan nu zeggen, dat zij, die tot de arbeidersklasse behoren, veel meer met elkaar gemeen hebben, dan het feit, dat ze loonontvangers zijn; bij voorbeeld, dat ze in hun overgrote meerderheid nagenoeg gelijke, een slechts bescheiden bestaan waarborgende, lonen ontvangen. Maar als men dit aanvaardt (en daardoor vermijdt, dat Greta Garbo en Mr. Raskob, die hun arbeidskracht tegen een milhoeu dollar per jaar aan de film- of auto-kapitalisten verkopen, tot dezelfde klasse gerekend worden,als de ongeschoolde arbeider, die geen twintig gulden per week haalt), dan heeft men reeds een andere maatstaf aangelegd, n.1. die van het levenspeil. Inderdaad bestaat er tussen mensen van ongeveer hetzelfde levenspeil een zekere mogelijkheid van overeenstemming, en, als die mensen dan ook nog hetzelfde soort werk verrichten, dan zijn er twee belangrijke punten van aanraking. Maar wie zich hierop baseert, moet direct erkennen, dat er b.v. tussen de langdurig werklozen, wier levenspeil een stuk beneden dat van den gemiddelden arbeider ligt en die in het geheel geen werk meer verrichten, en de werkende arbeiders, een aanzienlijk verschil is.

Sluiten