Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tariërs, en die toch dat proletarische ideaal met verachting afwijzen, worden half met medelijden, half met haat, als de jammerlijke gekken gezien, die niet eens hun eigen belangen begrijpen. De betekenis van deze toestand is niet — zoals de bezittende groepen pogen te suggereren — dat men de proletarische idealen moet afwijzen en de grote massa van de bevolking in het dal van het gebrek moet laten blijven, omdat anders de alles-gelijkmakende volksheerschappij alle werkelijke beschaving en alle werkelijke idealen zou plattreden. Wie het zo ziet, wil het moeras laten bestaan, de zweren op het maatschappelijk lichaam met een laagje cultuurzalf overdekken, de ziekten bestendigen, waaraan wij allen ten onder moeten gaan. De werkelijke oplossing is: het beëindigen van de materiële ellende, onder leiding van degenen, die veranderingen in de economische structuur van de maatschappij noch als hoofdzaak, noch als doel zien, doch die bewust de cultuur boven de economie stellen, en die iedere poging om de proletarische idealen aan de maatschappij op te dringen, bewust en onverbiddelijk afwijzen. Maar dat is eerst mogelijk, als een organisatie aanwezig is, wier program het cultuur-socialisme is, en wier politiek zowel de kapitalistische, als de proletarische dictatuur afwijst. Waar echter een dergelijke politieke kracht van het cultuursocialisme ontbreekt, (en dat was het geval in de vorige en tot dusver ook in onze eeuw), daar moet, juist bij degenen, voor wie de cultuur alles is, bij degenen, die bereid zijn, allerlei ontberingen te dragen, als maar wetenschap en kunst en moraal en visioen behouden blijven en kunnen leven, de opmars van het democratische proletariaat en z’n aanhangers, een nog veel groter gevaar betekenen, dan het behoud van het kapitalisme. Heinrich Heine, die waarlijk geen vriend van de reactie en geen aanhanger van de heerschappij der geldzakken of der zwaarden was, doch een man van vrijheid en socialisme, heeft in bewogen woorden uitdrukking gegeven aan zijn angst voor de heerschappij van de communistische barbaren, puriteinen en gelijkmakers. Doch hoeveel groter nog moet de afkeer zijn, als men ziet, dat die gelijkmakers niet eens barbaren en puriteinen, doch vetgemeste dieren en vulgaire genieters willen worden.

Als men dan de maatschappelijke strijd gadeslaat, dan beseft men, dat de formule „klassenstrijd” geen enkele oplossing geeft. Niet een strijd tussen een kleine klasse van uitbuiters en een grote klasse van onderdrukten, die een eind wil maken aan alle

Sluiten