Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

macht wilde grijpen. x) Het had een sterk aristocratisch karakter, wilde een nieuwe hiërarchie met een nieuwe heersende groep scheppen. En die nieuwe heersers zouden juist in hoofdzaak gerecruteerd worden uit de middengroepen, vooral uit de intellectuelen.

Een bepaald soort intellectueel sloot men bij voorbaat uit: de typische „ideoloog”, de man, die tot in het oneindige wil blijven redeneren; en tevens sloot men uit, die intellectuelen, die het maatschappelijk gebeuren beneden hun aandacht vinden en die — met uitzondering van enkele van de allergrootsten, die werkelijk zo zeer door hun kunst of wetenschap of wijsbegeerte in beslag genomen zijn, dat zij buiten hun tijd staan (maar hoe vaak komt dat type voor?) — alleen maar aan hun eigen ikje en hun persoonlijke lotgevallen denken. Maar hoezeer men ook de „daad’ ’ verheerlijkte, het hoogste schatte men de „leiders”, die een synthese van daad-mens en intellectueel behoorden te zijn en als zodanig scheppende cultuur-mensen.

Men was dus aanvankelijk allerminst cultuur-vijandig. Integendeel, men zag de cultuur bedreigd doordat de vlakke mens en z’n levensopvattingen de overhand kregen. Men zag de cultuur ook bedreigd door tuchteloosheid, zwijnerij, onverantwoordelijke genotzucht (of zoals men het noemde „cultuur-bolsjewisme”). De opvatting, dat men, tussen vervlakking en verwildering door, tot een gezonde en sterke cultuur moet komen, was ook bij de voorlopers van het fascisme en bij de eerste fascisten aanwezig, zoals ze bij een aantal socialisten en bij een aantal burgerlijke democraten en partijloze intellectuelen bestond. Maar de socialisten waren gevangenen van hun massa’s en van de opvatting, dat de cultuur geen hoofdzaak, maar een derivaat van de economie is. De burgerlijke democraten waren óf knechten en likkers van de zakenlui, van de cultuur-vijandige plutocratie dus, óf ze waren een machteloos groepje. En nog machtelozer waren de partijloze, in klieken en kliekjes, scholen en schooltjes verdeelde intellectuelen. Zo kon het verlangen naar een nieuwe beweging, die de cultuur als hoogste waarde proclameerde en die zich zowel

1) In dat opzicht heeft het Italiaanse fascisme althans de schijn gered, door z’n „mars naar Rome” en het aanvaarden van de macht als parlementaire minderheid. In werkelijkheid sloot Mussolini een compromismet de oude—en volgens de fascistische opvatting: rotte— maatschappelijke machten.

Sluiten