Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook onaantastbare, waarheid, als een bom in de volte smeet, om vol wetenschappelijke belangstelling gade te slaan wat de uitwerking van dit projectiel zou zijn, wat er door zou worden weggevaagd en hoe het er daarna zou uitzien.

Die bom was de sterke, bewuste, intelligente, wilskrachtige mens, de mens die geen slaaf wil zijn, noch van de moraal der massa, noch van het geluk der massa, noch van de wetenschap der massa, de mens die zichzelf ziet als een uitgangspunt voor nieuwe mogelijkheden; en tevens de mens die weigert een afgesloten ontwikkeling te aanvaarden, zowel voor de maatschappij als voor de mensen. Plaats zulke mensen in de wereld en gij zult vreemde dingen beleven. Dingen die de wetenschap der „gemiddelden” in het geheel niet vermoedt en die nochtans alleen de „wonderen” verklaren waarvan de geschiedenis vol is: het wonder Hallas, het Romeinse rijk, de Renaissance en zoveel meer.

Deze geschiedbeschouwing was niet minder gerechtvaardigd dan haar tegenhanger, die het werken der mensen negeerde of als een bijproduct ener allesbepalende ontwikkeling (naar keuze: ontwikkeling van de idee, de natuur, het ras, de economie, de techniek) een beschermend glimlachje gunde. Ze was in laatste instantie even onjuist. Maar ze was nodig om een eind te maken aan het kwasi-wetenschappelijk gedoe der mensloze geschiedbeschouwing. Ga uit van de economie, zei de een, en zie hoe ze de mensen kneedt en drijft en laat dansen en springen, en hoe ze zich verbeelden dat ze handelen en scheppen en hoe ze in werkelijkheid alleen maar een stukje met de stroom meegedreven zijn. Ga uit van de mens, zegt de ander, en ziet hoe hij stromen bedwingt en schepen bestuurt, economieën doet ontstaan en vergaan, wetten ontdekt en nieuwe wetmatigheden maakt De werkelijkheid is noch het een, noch het ander, ze is veel moeilijker en ingewikkelder, want ze toont ons nooit „de mens”, maar mensen, die reeds van den aanvang af bepaalde en beperkte mogelijkheden bezitten en die bij hun werken nogmaals met bekende en onbekende krachten en tegenkrachten te worstelen hebben, en die alleen, gesteld dat zij de betekenis van hun eigen krachten en mogelijkheden kenden, binnen de reeds genoemde beperkingen, iets zouden kunnen tot stand brengen en hun wil in daad omzetten. Nu kan men proberen ook dit nog te betwisten, zoals sommige deterministen doen, die ons bewijzen, dat de mens die iets „wil”

Sluiten