Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedeelte van de „arbeidersklasse was in z’n gehele levenshouding klein-burgerlijk geworden. De bolsjewiki meenden, dat die verburgerlijking slechts een dunne laag, de „arbeiders-aristoctatie” en de „reformistische leiders” had aangetast, en ze wilden die uit de partijen verdrijven, die dan rijp voor Moskou zouden zijn. Het bleek echter al spoedig dat de aanhangers van Moskou, die de arbeiders-organisaties scheurden, om zo het „zuivere” proletariaat over te houden, nagenoeg de gehele arbeidersklasse van zich af stieten. De reformistische leiders bleken het vertrouwen te hebben van de overgrote meerderheid der normale, werkende en geschoolde, op het gemiddelde levenspeil staande arbeiders. Het bleek ook dat de boeren en middenstanders niet de minste lust hadden om het parool der Moscouse partijen te volgen. Ze waren óf reformistisch, óf ze volgden de typisch kapitalistische en nationalistische partijen, óf tenslotte begonnen ze te denken aan hun eigen politiek, een politiek der middengroepen.

Zo hield Moskou in ’t algemeen slechts een klein deel van het proletariaat over. De ongeschoolde arbeiders, de slechtst betaalde groepen van het proletariaat, de werklozen en de paupers. Hierbij voegde zich dan een klein aantal normale arbeiders, die, door socialistisch idealisme gedreven, de wil tot verovering van de macht, (zoals die door de bolsjewiki werd verpersoonlijkt), in zich voelden: een kern van marxistische proletariërs temidden van een paupersmassa. Een kern die echter te zeer aan het oude arbeidersmarxisme vast zat, om iets van z’n taak, z’n mogelijkheden en van de gehele situatie te kunnen begrijpen.

Deze bolsjewistische invasie in de Europese politiek moest wel op een zo goed als algemeen verzet van de kant der intellectuelen stoten. De grote massa der intellectuelen voelde zich, terecht, bedreigd door de „dictatuur van het proletariaat”, die de aanhangers van Moscou verklaarden te willen vestigen,' een dictatuur, die de intellectuelen tot bedienden der arbeiders zou maken. De kant van Moskou kozen slechts enkele socialistisch gezinden, die als „Marxisten” of als mystici de religie der „massa” bedreven. Daarnaast stonden een aantal demagogen die wilden profiteren van de revolutie, wier kansen zij als gunstig beschouwden; terwijl enkele intellectuelen, de Russische revolutie van Lenin en Trotski, als een overwinning van socialistische intellectuelen zagen, waarbij ze zich aansloten, om ook in Europa een intellectueel socialisme te doen triomferen. Slechts deze enkelingen hadden een realistische

Sluiten