Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opvatting van het socialisme als cultuurbeweging, die door nieuwe mensen verwezenlijkt moest worden. En zij kwamen na een zekere tijd in botsing met het Moskousche communisme, dat steeds duidelijker liet zien, dat het niets met een nieuwe en voorname cultuur en alles met demagogen-vulgariteit en met kudde-gezindheid te maken had.

Zo was dus het Leninisme, dat in Rusland nog een tijd lang materiële successen scheen te behalen (het vijfjarenplan), in Europa tot een spoedig materieel en cultureel fiasco gedoemd. Iets anders dan de dreiging der cultuurloze en cultuur-vijandige horden was het weldra niet meer. De poging om „nieuwe mensen”, „beroepsrevolutionnairen”, te vormen, bleek onverenigbaar te zijn met de marxistische-proletarische inhoud der cultuur die Lenin z’n beroeps-revolutionnairen had menen te moeten geven.

Het bolsjewisme, dat was duidelijk, betekende de heerschappij van de horden en van de cultuur der horden, d.w.z. de ondergang van alles wat de naam cultuur verdiende. Maar als men zich tegen dat bolsjewisme keerde, dan scheen men onvermijdelijk terecht te moeten komen bij de reformistische sociaal-democratie, met haar cultuur der middelmatigheid, haar wereld van de schaap-achtige gezindheid. En als men dat niet wilde, dan bleef alleen de reactie over: de heerschappij der geldpoenen en de restanten van een versteende reactionaire adel en wat dan daar verder bij hoorde: het verbond van beurs, troon, altaar en sabel. In cultureel opzicht was dat wel niet de heerschappij van de ondernemers, maar wel van iets, dat zo mogelijk nog erger was: het knekelhuis. Mochten liberale en democratische, conservatieve, nationalistische en confessionele partijen die oplossing ook aanvaarden, allen die al vóór de oorlog afwijzend hadden gestaan tegenover de heersende, burgerlijk-kapitalistische of feodaal-kapitalistische cultuur, en die in en na de oorlog en in de revoluties en crisissen dié volgden, nog in hun afkeer versterkt waren van die oude wereld, zij allen weigerden verdedigers van die verachte wereld te worden, terwijl ze tegelijkertijd weigerden het bolsjewisme of de sociaal-democratie te aanvaarden.

De afkeer van de geld-heerschappij werd in de meeste gevallen nog overtroffen door de afkeer van de maag- en kudde-heerschappij. En zo is men vóór alles tegen het arbeiders-socialisme gekant dat de typische uitdrukking is van de maag- en kudde-

Sluiten