Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ondergeschikten van onze machtsinstellingen maken. Werken ze tot onze tevredenheid, dan mogen ze blijven werken en dan kunnen ze de beloning krijgen die ze verdienen, doordat ze hun werkkracht, d.w.z. hun relaties, hun inzicht, hun initiatief, ten goede doen komen aan de nationale rijkdom. Maar wij, en wij alleen, bepalen wat de nationale rijkdom is, wat in het belang van de staat geproduceerd moet worden. Dat wil dus zeggen: overal waar de kapitalist verklaart: dit of dat wil ik produceren, want dat levert de grootste winsten op, en waar de staat zegt: dit of dat heb ik nodig: daar heeft de kapitalist te gehoorzamen of te verdwijnen.

In het fascistische principe: alles in de Staat, niets buiten de Staat, ligt eigenlijk een zodanige onderwerping van het privaat-bezit aan de staat — d.w.z. aan de „gemeenschap” in de enige concrete vorm die ze vooralsnog kan aanemen — opgesloten, dat het alleen een kwestie van tijd en methode is, een opportuniteitskwestie, wanneer en hoe het privaat bezit tot machteloosheid zal zijn gedoemd. De „onteigening van de grond en de productiemiddelen” die van privaatbezit tot gemeenschapsbezit worden — d.w.z. tot Staatsbezit — wordt in wezen ook door het fascisme toegepast. Want „bezit” betekent alleen iets, indien men er onbeperkte zeggenschap over heeft. En daar waar de staat, iedere dag meer, die zeggenschap beperkt en controleert, reglementeert, dirigeert, daar is in feite dat „bezit” verdwenen.

Maai- om dat te kunnen bereiken moet men eerst een „Staat” hebben, moet men vast in het zadel zitten en z'n gewelds- en bestuursmachine in orde hebben gemaakt.

Welnu, de fascisten hebben in de eerste jaren van hun bewind een Staat gemaakt, waarin zij, en zij alleen, alle macht hadden. Met de arbeidersklasse tegen zich, konden ze alleen tot het maken van een dergelijk machtsinstrument komen, als ze de medewerking, of in ieder geval de welwillende neutraliteit van de kapitalisten hadden. Om die te verkrijgen hebben ze aanvankelijk nagenoeg de gehele economie aan de kapitalisten overgelaten. Het zag er — voor degenen die bij het ogenblik leven, d.w.z. voor de typische „zakenlui” — in den beginne zo uit, alsof een gouden tijdperk voor de bezitters was aangebroken: geen vakverenigingen, geen stakingen, lage lonen, lange werktijden. Om deze paradijstoestand te verkrijgen en te behouden behoefde men slechts de fascistische staat te steunen. Deze bezette al de bestuursposten met gehoor-

Sluiten