Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op hun post blijven en hun handtekening plaatsen onder besluiten die ze verafschuwen. En alleen in zich zelf mogen ze praten over de ezelachtigheid die Hugenberg en Papen en de oude Januschauer en Hindenburg begingen, toen ze het fascisme aan de macht lieten, in de verwachting daardoor een paradijs voor het kapitalisme en een onbeperkte heerschappij der kapitalisten te doen ontstaan. De heer Hugenberg weet, evengoed als de heer Pirelli, dat hij zich vergist heeft. De enigen die nog altijd niets zien en niets weten en dus opnieuw bewijzen nog dommer te zijn dan de kapitalisten, zijn de socialisten, communisten en anarchisten van het oude „proletarische” type.

Dat de landbouw, onder leiding van de „Bonifica Integrale” of de „Reichsnahrstand” volkomen gereglementeerd is, niet meer vrij is naar winst te streven, doch gedwongen te verbouwen wat de regering voorschrijft; dat de landbouwer zijn hoeve niet meer mag verkopen, behalve dan onder de voorwaarden die de regering heeft aangegeven, en dat het stilleggen van bedrijven in de landbouw evengoed als in de industrie niet meer mogelijk is, zonder dat dit tot onteigening leidt, dit alles valt niet te ontkennen. Maar dat dergelijke toestanden alleen nog maar enige traditionele uiterlijkheden met het kapitalisme gemeen hebben, dat willen sommige lieden nog altijd niet bekennen, omdat ze dan tevens zouden moeten bekennen dat hun geestelijke wapenrusting waardeloos is geworden.

Er zijn nu eenmaal lieden, die liever de ingewikkeldste theorieën bedenken, dan het vanzelfsprekende feit te aanvaarden, dat iemand van socialistische huize als Mussolini, geen enkele innerlijke verbinding met het kapitalisme heeft, en slechts in de strijd om de macht een bondgenootschap met de kapitalisten gesloten heeft, waarbij hij het vaste voornemen had, deze coalitie-genoten niet anders te behandelen dan z’n genoten in de politieke coalitie, die hij te gelegenertijd heeft onderworpen of vernietigd. Zo moest het ook de kapitalisten vergaan; en alleen een economistisch-marxistisch bijgeloof dat „het kapitalisme” onaantastbaar acht voor politiek-technisch-organisatorische machtsformaties (behalve dan die van „het proletariaat”, die in de praktijk overal machteloos bleken te zijn, uitgezonderd in Rusland waar ze door Lenin’s systeem van „beroepsrevolutionnairen” in wezen niet proletarisch, doch verintellectualiseerd waren), alleen zo’n bijgeloof kon veronderstellen, dat het kapitalisme de dans zou ontspringen.

Sluiten