Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klacht is ongegrond. Specialisatie is een onmisbare vorm van verfijning der techniek waarmee de cultuur werkt. Als zodanig is ze met de werkelijkheid verbonden. Maar de specialist is als zodanig en zolang hij bezig is met z’n vakwerk, geen cultuurmens. Hij is slechts technicus, arbeider. Cultuurmens is hij eerst, zodra hij de samenhang van zijn werkzaamheden, met het totaal van menselijk kunnen en zijn, beseft. Het is heel best mogelijk dat hij dit niet doet en niet kan, juist omdat hij te zeer door het uitoefenen van z’n ambacht (b.v. de wiskunde of de biologie) in beslag is genomen. Vandaar dat er meestal andere mensen nodig zijn om de resultaten van het werk dier cultuur-technici samen te vatten, en aantegeven wat dit alles voor de wereld en de mensheid betekent. Deze mensen nu, de cultuur-filosofen, de cultuurhistorici, de kunstenaars, de moralisten, de politici, de journalisten en niet te vergeten de ontwikkelde dilettanten, vormen de eigenlijke kern der intellectuelen, de verbinding tussen de specialisten, de verbinding tussen cultuur en massa, de verbinding tussen de va kmensen en de cultuur. Maar juist deze groep was hoe langer hoe meer vervreemd geraakt van z’n eigenlijke leidinggevende taak. Men vindt hoe langer hoe minder filosofen met een verantwoordelijkheidsgevoel ten opzichte van de cultuur d.w.z. bereid en in staat leiding te geven aan de mensheid. Die taak werd, vol verachting, overgelaten aan de politici. Cultuurfilosofen en -historici werden vakmensen, zoals de kunstenaars vakmensen werden, de moralisten hun werkingssfeer beperkten, de journalisten zich tot vermaak of onderricht bepaalden en de politici op z’n best de techniek der demagogie gingen uitoefenen. De ontwikkelde dilettant tenslotte, d.w.z. de gewone cultuurmens bij uitnemendheid, werd tot kunstliefhebber of filosofieliefhebber, maar verloor het besef dat cultuur-mens zijn, ook omvat het staatsburger zijn, het geven van politieke leiding. We hebben hier dus te maken met een proces dat het verdwijnen der cultuurmensen, der typische intellectuelen, als leiders van hun volk, als politieke krachten en dus als werkelijke cultuurkrachten, tot inhoud heeft. Over de oorzaken van dit proces komen we nog te spreken. Voorlopig volstaan we met het feit te constateren: de intellectueel, die ten tijde van de burgerlijke revoluties de leider van zijn volk was geweest, is nu tot vakmens of zoeker naar z’n eigen vermaak geworden.

Deze intellectueel die van z’n beroep b.v. arts of wiskundige is en

9

Sluiten