Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dingen zijn waaraan ze niet mogen raken, die ze liever toch maar ongemoeid moeten laten. Zij hebben nog het besef dat er gebieden zijn die buiten hun competentie liggen, die van een hogere orde zijn. Zij beseffen nog dat het militaire, hoe hoog ook, minder is dan God, minder dan religie, geest, cultuur. Ze hebben zélf nog voldoende cultuur en dus schroom, om een zekere mate van zelfstandigheid toe te kennen aan de cultuur en de wetenschap.

Maar in de bekrompen kazeme-geest van den soldaat is geen spoor meer over van die schroom. Voor hem staat het vast: de soldaat is de maat aller dingen. Naar hem heeft zich alles, het geestelijke en het materiële leven, te richten. De wereldorde kan niets anders zijn dan een verabsolutering van de kazeme-orde.

Zo ontstaat weer een „eenheid” in een jammerlijk verdeelde chaotische wereld. Alles wordt weer eenvoudig, begrijpelijk, klaar. Er zijn geen raadselen en geen aarzelingen meer, voor wie dat geloof heeft. Binnen de absolute waarheid van de kazerne, voelt ieder, die in het kazemisme gelooft, zich vrij.

Daar heerst de gelijkheid, want ieder heeft de gelijke waardigheid van den soldaat. De „menselijke waardigheid” dat is een zeer gecompliceerd ding, dat telkens verandert en dat ieder voor zichzelf, z’n milieu, z’n tijd, moet trachten te vinden. Maar de soldatenwaardigheid staat vast als een simpel reglement.

En zo staat het ook met de soldaten-broederschap en kameraad schap, dat is allemaal zonder hoofdbreken te begrijpen. Ook cultuur heeft de kazerne: op alle bedden zijn de dekens op dezelfde wijze gevouwen — en de paradepas is volmaakt, binnen de vaste normen.

Het is te begrijpen dat de officieren, en vooral de hogere officieren, met hun kennis der krijgsgeschiedenis, der betrekkelijkheden en gecompliceerdheden, afwijzend stonden tegenover deze kazernistische wereldbeschouwing, tegenover de gevaren, die een dergelijke soldatenmentaliteit op den duur moest meebrengen, óók op militair gebied. En in de strijd die de Rijksweer-leiding na 1933, (toen ze ten dele gedwongen, ten dele uit verkeerde berekening, Hitler aan de macht liet komen) met de nazi-leiding heeft gevoerd, is, naast reactionnair standsgevoel, ook de angst voor de gevolgen van de invloed der stompzinnigheid op strategie, tactiek en techniek van het leger, een belangrijke factor geweest. Een factor, die o.a. in de artikelen van generaal Marx in het officiële orgaan der legerleiding op een, voor de Nazi-ideologie pijnlijke, wijze tot

Sluiten