Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

changementen, die weliswaar bewonderenswaardig snel achter het prosceniumdoek verliepen en waardoor Delresne • wel telkens opnieuw, ook dank zij de fraaie décors en costuums en een ingenieuze belichting, met een verrassend tableau-vivant kon beginnen, maar waardoor ook de spelers telkens als het whre opnieuw' „over de brug moesten komen.” Zo zag men in ménig tafereel Van Dalsum nog bezig zijn toI psychologisch op te bouwen, terwijl de figuur van Richard III in de openingsmonoloog toch al ten voeten uit is gegeven. Te laat ook brak in de vertolker van de hoofdrol het bewustzijn van Richard’s ondergang door. Niet in het laatste bedrijf immers, als de dreigingen van alle kanten losbreken, maar reeds in het begin van IV, waar hij zich de voorspelling van Hendrik VI herinnert, wordt zijn falen hem zelf duidelijk; dit belangrijke moment ging in de voorstelling haast onopgemerkt voorbij. Maar ook in het stuk zelf komt de wrekende held Richmond, de eigenlijke tegenspeler van Richard III te laat — althans voor de hedendaagse toeschouwer, voor wie deze dynastieke geschiedenis geen gesneden koek is! — en het was dan ook voor Johan Schmitz een onmogelijke opgave wezenlijk te domineren.

Het is bij deze grote bezetting onmogelijk het spel van alle medewerkenden afzon-

flWHmauék niet in de taal zelf zou liggen, maar ten tonele moest worden gemaakt. Thuis gekomen echter, heb ik, door niets meer afgeleid, de prachtige verzen herlezen,, die ik tijdens deze aan imposante toneeleffecten zo rijke voorstelling, tegen mijn wil in toch voortdurend heb gemist.

Midden in de vorige oorlog beleefde Heijermans’ „Eva Bonheur” de première. Met verbazing ziet men vandaag het stuk terug. Was zo toen het gros der kleine luyden in dit land, zo verstrikt in hun eigen narigheid, waarvoor het woord problematiek veel te groot is, zo burgerlijk-binnenhuisachtig, vervuld van achterklap en roddelpraat? Wij nemen het aan, vooral omdat vandaag die mentaliteit en die sfeer, waarvan het theelichtje het afschuwelijkegezellige symbool 's geworden, veelal nog kenmerkend zijn voor het milieu van de verburgerlijkte arbeider en de kleine middenstander, ondanks alle spanningen en ondanks alle nieuwigheden als b.v. de radio, die immers reeds geheel door die kleinburgerlijkheid werd geadopteerd en aangetast. Dat Heijermans zich in deze misère verdiepte en haar dramatisch verbeeldde moge in die dagen een revolutionnaire indruk hebben gemaakt, ons bewijst dit naturalistische stuk, dat we thans op

Weerzien met Heijermans

Sluiten