Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

republiek wilde erkennen en haar „helpen” om weer een krachtig nationaal Duitsland te maken — d.w.z. de groep die van Stresemann over Erzberger naar Rathenau ging — en ten slotte de nationaal-voelende meerderheids-socialisten rondom Ebert. En dit was nog niet alles, want behalve die groepen, was er een nationalistische massa, die zich in de eerste jaren van Weimar alleen maar wanhopig en verbitterd uit het openbare leven had teruggetrokken, die schijnbaar de strijd had opgegeven, doch die in werkelijkheid slechts wachtte op de nationalistische trommelslager, die haar weer in een toekomst zou doen geloven en in wien zij daarom hartstochtelijk geloven zou. Hitler die er nooit in slaagde een enigszins belangrijk deel van de aanhangers der gematigde partijen (sociaal-democratie, centrum) te winnen, is er uitmuntend in geslaagd deze politiek onverschillige, apathisch geworden nationalisten weer naar de stembus te slepen en zo z’n invloedssfeer te vergroten.1)

Voegt men bij dit alles nog het extremisme en impossibilisme van links, dat niet streefde naar een sterke democratische en sociale republiek, doch vol zat met de romantiek van revolutie proletariaats-verheerlijking, mystiek der arbeidersraden, Rusland-aanbidding en cultuur-anarchisme, dan begrijpt men waarom er eigenlijk nooit een Duitse republiek geweest is. Er was geen Duitse republiek, want er waren nagenoeg geen vastberaden, overtuigde, sociaal-gezinde democraten, die tussen het soldatennationalisme en de mateloze nationale verheerlijking enerzijds, de proletarische cultuurvijandelijkheid en onverschilligheid en onbekwaamheid voor de practische politiek anderzijds, een eigen geluid wisten te doen horen.

Het werkelijke „derde rijk” was natuurlijk niet het rijk dat Moeller van den Bruck, Spengler, Alfred Rosenberg en Hitler wilden, want zij streefden slechts naar een nieuwe uitgebreide editie van het oude rijk der nationalistische zelfverheerlijking. En evenmin was het de aloude chiliastische droom van het communistische internationalisme.

Een „derde rijk” zou geweest zijn, een rijk dat materieel natuurlijk op nationale grondslag zou staan, maar dat cultureel een inter-

1) Bij een ongeveer gelijkblijvend kiezercorps, steeg het aantal deelnemers aan de verkiezingen, dat in 1919 ongeveer 25 millioen bedroeg, tot 36 millioen in Juli 1932.

Sluiten