Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trekken mee gemeen zal hebben, waarvan het „kazernisme , de totalitaire, geheel op de oorlog gerichte en ingerichte, staat, de voornaamste is.

Dat Hitler en Mussolini middengroepen konden veroveren, heeft bijv. heel weinig te maken met het antisemitisme dat tot voor kort in Italië zelfs niet bestond. In Duitsland bestond dit vóór Hitler, die het zélf uit Oostenrijk heeft meegebracht, waar Schönerer en Lueger het in de sociale strijd gebruikten om anti-kapitalistische gevoelens tegen concrete mensen en groepen te richten en van andere mensen en groepen af te leiden.

In Duitsland was dat anti-semitisme, sociaal, nationaal en cultureel tegelijkertijd, en een opkomende partij kon verzekerd zijn van demagogische successen als ze het wist te hanteren. Het verklaarde hoe een van nature goddelijk volk in het moeras had kunnen geraken, doordat de góden in hun argeloze edelmoedigheid, de duivel binnen hadden gelaten en hem de gelegenheid hadden gegeven z’n verderf te verspreiden en (als kapitalisme, internationalisme, cultuur-bolsjewisme, défaitisme) alles te bederven. Maar al wist Hitler op deze wijze steun te krijgen van allerlei lieden die dit stokpaardje bereden, men zou verkeerd doen de betekenis van het anti-semitisme te hoog aan te slaan. Grote groepen die tot de Hitler-beweging behoorden, hebben het nooit ernstig genomen vóór Hitler aan de macht kwam. Men meende dat het zou bestaan in een paar beperkende maatregelen tegen al de Joden, in de persoonlijke bestraffing van enige bijzonder gehate Joden. En in de propaganda der Nazi’s van ongeveer 1925 tot 1933 speelt het een zeer bijkomstige rol. Ook daarna komt het alleen bij tijden naar boven. En zodra het om de grote dingen gaat is het nagenoeg verdwenen, *) al blijft het steeds in reserve voor slappe tijden en voor het verdacht maken van tegenstanders.

De hoofdzaak echter is dat Hitler zowel als Mussolini spraken over dingen die de middengroepen in het hart grepen. Ze hielden zich niet alleen bezig met de materiële misère dier groepen, doch ook en voornamelijk met hun geestelijk leven, met hun hoop, huu verlangen, hun droom. En wat nog meer zegt, ze wisten die groepen een droom, een toekomstverwachting te geven, ze wisten grauwe onbelangrijke levens een zin te geven, ze wisten groepen i) Zo heeft het in de propaganda der Nazi’s tijdens de Tsjechische crisis ongeveer geen rol gespeeld.

Sluiten