Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met het zoeken, tasten en vinden van de scheppende persoonlijkheid. Noch het een, noch het andere behoort tot z’n competenties, waartoe wel alle gemiddelde regelingen behoren.

Maar de beide „liberale” sferen die we hier aangaven, zijn natuurlijk niet los van elkaar, noch los van het maatschappelijk leven te denken, integendeel ze dringen naar vereniging van gelijkgezinde individuen, en naar pogingen om de maatschappij te overtuigen van de betekenis der nieuw ontdekte waarden. En dat alles is onmogelijk zonder vrije groepsvbrming, zonder verenigingsleven, bijeenkomsten van gelijkgezinden, boeken, tijdschriften, kranten, tentoonstellingen. Een partij, hetzij in de politiek, hetzij in de kunst of de wetenschap, (waar men van „scholen” en „richtingen” spreekt), hetzij in de moraal of religie (waar ze „kerken” of „bewegingen” heten), is altijd in laatste instantie een verzameling van vriendenkringen, waarin het optreden van scheppende persoonlijkheden z’n uitwerking heeft gehad.

De aanwezigheid van dit levende netwerk van individuele en vrije collectieve krachten, heft de grote collectieve machten in de maatschappij niet op, maar het tempert ze, het beperkt ze en tegelijkertijd zorgt het er voor, dat het collectivisme lenig blijft, zich vernieuwt en daardoor steviger wordt.

Niet de aanwezigheid van een grote collectivistische sfeer is verwerpelijk, doch de afwezigheid van een individualistische sfeer. Waar het collectivisme in de individualistische sfeer binnendringt en deze probeert te vullen, is het zo eerbiedwaardig als een kankergezwel, en daar is tijdige en radicale vernietiging nodig.

En nu kan men zeggen dat het collectivisme altijd de strekking heeft de gehele maatschappij te vullen, totalitair te worden. Dat is zo; de imperialistische of dynamische strekkingen van het collectieve, bedreigen de maatschappij met een totalitarisme. Maar ook het individualisme heeft soortgelijke strekkingen die de maatschappij met verbrokkeling, chaos en anarchie bedreigen. Dat wil dus zeggen dat de maatschappij nooit een blijvend evenwicht kent, nooit in rust is, zolang die beide krachten aanwezig zijn—en als er slechts één van de twee aanwezig is, dan verkeert ze in doodsgevaar. De maatschappij is op haar best, als beide krachten werken, en, in hun wederzijdse beïnvloeding, voor een voortdurend herstel van het evenwicht zorgen. Maar de bepaling van de voorwaarden waaraan dit evenwicht moet voldoen, kan alleen in de sfeer van

Sluiten