Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar laat de doden hunne doden begraven, en de persoonlijkheden van het totalitarisme de vernietiging van de persoonlijkheid verdedigen en verkondigen; zij die willen leven, zullen de heerschappij der cultuur, der persoonlijkheden, der élites, der kaders, der minderheden en der, door die minderheden bewogen, massa’s verdedigen.

De dynamiek der cultuur openbaart zich in de eerste plaats hierin, dat men zich geen vrees laat aanjagen door het totalitarisme en z’n woordvoerders, die van de cultuurdragers onderworpenheid, knechtschap, dienstbaarheid eisen, en die ons willen suggeréren dat wij nederige dienaren moeten zijn van de rassen, de klassen, de staten, de partijen, en dat we ons moeten schamen voor individualiteit, voor wat wij kunnen en voor wat wij zijn. Daartegenover moet de trots der cultuurdragers staan, die weten, dat, zonder hun werk, de wereld geen toekomst heeft en die vastbesloten zijn, de leiding van de wereld, die in de handen van demagogen is gekomen — zeker, zeker, door de eigen schuld der cultuurdragers — te heroveren, en ditmaal niet toe te laten dat anderen, hetzij volkse of proletarische demagogen, hetzij geldwolven of baantjesjagers, die leiding opnieuw in handen krijgen. Daarvoor zijn dus twee dingen nodig: de cultuur moet zich weer bewust worden van haar waarde; en ze moet zich niet tevreden stellen met een leven terzijde van de maatschappij der materiële en dagelijkse dingen, ze moet die gehele maatschappij willen beheersen en controleren, opdat opstanden tegen de cultuur in ’t vervolg uitgesloten zijn.

De cultuur die zich, in de personen van de cultuurscheppers en -dragers, weer bewust wordt van haar waarde, dat is de cultuur die weigert te verstarren in het collectivisme en te verstikken in het totalitarisme, die weigert de boodschap te aanvaarden van allen die beweren te weten wat haar mogelijkheden zijn, wat haar grenzen zijn, wat haar doel is; dat is de cultuur die zich zelf nog maar een zwak begin acht, van wat nog alles gedacht, gevoeld, gemaakt kan worden, en wier diepste overtuiging in de woorden uit de Rigveda ligt, die Nietzsche tot motto voor zijn „Morgenröthe” koos „Es giebt so viele Morgenröthen, die noch nicht geleuchtet haben”.

In deze wil tot de toekomst en moed tot het onbekende, ligt de geest van een dynamische cultuur. En als die geest er is, zal er ook inhoud en vorm zijn.

Sluiten