Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor de cultuur-mens is het criterium, dat men overal, waar dat in het belang der cultuur en van de daarbij behorende organisatie der maatschappij nodig is, bereid is alle eigendomsverhoudingen ingrijpend te wijzigen en geen halt te maken voor het privaat bezit: cultuurbelang gaat boven eigenbelang. Voor den traditionelen socialist is de onteigening der privaat-bezitters de hoofdzaak. Of de organisatie der productie en consumptie en het verkrijgen van een welvaartspeil, het wenselijker maken om het privaatbezit op tal van gebieden zonder meer te laten voortbestaan, op andere gebieden te laten voortbestaan onder controle, elders weer geheel te doen verdwijnen, dat is voor den traditionelen socialist geen kwëstie die overweging verdient — hij wéét nu eenmaal dat zonder „onteigening der onteigenaars” niets van betekenis kan gebeuren, en hij weet tevens dat na de afschaffing van het privaatbezit alles op rolletjes zal lopen. Doch gelukkig is het aantal socialisten dat zich nog krampachtig aan deze traditie vastklampt, steeds verminderend, en gaat de ene socialistische partij na de andere inzien, dat niet de kwestie van het privaatbezit hoofdzaak is, doch de kwestie van de bekwaamheid waarmee men leiding kan geven aan de productie en waarmee men de consumptie kan organiseren en in evenwicht brengen met de productie.

Hier hebben we dan ook inderdaad de grote problemen die de materiële ondergrond der cultuur betreffen; en hier, in de organisatie van de productie, in het ontwerpen van productie-plannen, in het leiden van bedrijven, in de voortdurende verbinding van wetenschap, techniek en productie, in de voortdurende verbinding van productie en producent, zodat die producent geen fabrieksslaaf doch medewerker aan de productie en belanghebbende is, met wiens persoonlijke eigenschappen en behoeften rekening wordt gehouden; hier in het vinden van evenwicht tussen productie en distributie, tussen consumptie en reserves en accumulatie, hier ligt voor cultuurmensen van een bepaald type een heerlijk arbeidsveld, dat zijn eigen grootsheid en zijn eigen bezieling heeft. „Ordening der samenleving” is echter méér dan een regeling van productie en distributie, dan het organiseren van een economie die zoveel gelijkmatigheid, zoveel reserves voor het opvangen van allerlei schokken bezit, dat ze in staat is, iedere crisis te temperen, door tegenwerkingen te compenseren en hare gevolgen

Sluiten