Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zo gelijkmatig mogelijk over de maatschappij te verdelen.*) Ordening omvat méér dan het likwideren der werkloosheid als massaal verschijnsel, hoewel reeds dit werk van respectabele omvang en betekenis is. Ordening betekent ook een opvoedingssysteem dat de zelfwerkzaamheid en het zelf denken van de mensen zoveel mogelijk stimuleert, en dat allen die kunnen en willen, de mogelijkheid geeft in de sfeer der cultuur binnen te treden, zonder daarbij belemmeringen te ontmoeten die met rijkdom, stand, ras, samenhangen.

Opvoeding dus tot lid der maatschappij en niet alleen tot beheersing van enige elementaire wetenschap. Het „lid der maatschappij ” zijn, omvat de eigenschappen die nodig zijn om z’n plaats in de collectieve sfeer te vinden en om daar z’n werk te doen. De mens dus als deel van het productie-apparaat en als deel van de politieke organisatie, moet over zekere producenten- en burgerdeugden beschikken, deugden die hem door de opvoeding in het gezin, school en maatschappij gesuggereerd worden. Zo gezien behoort dus tot de opvoedings-werkzaamheid ook een gedeelte van de werkzaamheden der dagbladen, der radio-uitzendingen, der massaontspanning op het gebied van sport, film, toneel etc. Er behoort ook bij, alles wat de mens meer belangstelling voor de productie kan geven, z’n vakbekwaamheden en z’n arbeidsvreugde verhoogt. Maar niet alleen als producent doch ook als consument heeft de mens opvoeding nodig. De opvatting dat iedereen wel weet hoe hij, met de middelen waarover hij beschikt, z’n leven zo goed mogelijk kan inrichten en dat men hem dus op dit gebied maar vrij moet laten, is even gefundeerd als de opvatting dat ieder staatsburger de wet kent. Hij wordt „geacht” de wet te kennen, hij wordt „geacht” te kunnen consumeren, hij wordt „geacht” met zijn kinderen te kunnen omgaan en een liefdeleven te kunnen leiden — hij kan in werkelijkheid ongeveer niets van dat alles, en men moet hem dus op al deze gebieden helpen, mogelijkheden tonen, wenken geven.

Maar daar deze sferen, en de individuele sfeer, daar de cultuurconsumptie en de cultuurproductie, niet scherp te scheiden zijn

*) Een „crisis-vrije economie”, zooals de orthodoxe marxisten mogelijk achten, veronderstelt niet minder, dan volkomen beheersing der natuur, der menselijke driften en gedragingen, en bovendien nog een feilloos rekenen der economische leiders en dito verwezenlijken van hun plannen — vandaar dat wij met minder tevreden zijn.

is

Sluiten