Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men moet evenwel niet denken, dat de z.g. „middelbare” inrichtingen, voor wat betreft algemene ontwikkeling, erg veel meer geven aan de toekomstige middengroep en voorhoede van de „vluggen, knappen en begaafden”, dan de lagere school reeds gedaan heeft. Onze middelbare scholen geven geen „opvoeding”' doch alleen instructie in een groot aantal „vakken”, zonder in één enkel van die „vakken” méér dan een zeer elementaire kennis te geven.

Ken goed leerling van een middelbare school, zou na afloop „specialiteit” (natuurlijk zeer oppervlakkig) kunnen zijn, in een twintigtal vakken, van gymnastiek tot fysika en grieks — zonder daardoor enige cultuur te hebben verkregen. Wat men aan cultuur opdoet, komt zo toevallig erbij, als men het geluk heeft een behoorlijk leraar te treffen (dit behoeft met de aard van het vak heel weinig te maken te hebben: ofschoon bijv. het tekenonderwijs zich gemakkelijk zou lenen voor „cultuur” — de beeldende kunsten — is het meeste tekenonderwijs in het geheel niet cultureel, terwijl er daarentegen chemici of wiskundigen zijn, die hun leerlingen een inzicht in de natuurwetten of in de denkwetten bijbrengen), wat gezien de opleiding die deze heren gehad hebben, inderdaad een „tref” is.

De vakken die zich het gemakkelijkst lenen voor cultuuropvoeding (geschiedenis, litteratuur) worden meestal zo béte mogelijk als „vakken” behandeld, en aangezien ze als zodanig tot de tweederangsvakken behoren (bij een onderwijs dat met — verkeerde — opvattingen van „nuttigheid” werkt), nemen de leerlingen deze vakken niet ernstig en verlaten de school, en beklimmen de hoge scholen, zonder enige cultuur of zelfs maar besef van de belangrijkheid der cultuur.

Op die hogescholen worden ze dan eerst duchtig „speciaal getraind voor dit of dat, en het eindresultaat is de cultuur-barbaar met een academische graad. Z'n cultuur heeft hij dan uit de krant, de radio, gesprekken met mensen uit z’n kringetje of door toevallige ontmoetingen opgedaan, en alleen als z’n cultuurverlangen door aanleg zeer sterk is, ontstaat een beschaafd mens. Als student kan men dan nog wel eens naar cultuur streven, maar dat wordt als een luxe beschouwd, die men zich kan veroorloven zolang de „ernst van het leven” nog niet aangebroken is. Die ernst, in de „kille” maatschappij, bestaat dan in baantjesjagerij

Sluiten