Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft, eri dat er een beroep gedaan moet worden op de intellectuelen om een politiek te maken.

Stanley Jones heeft elders gepoogd duidelijk te maken, waarom hij het Christendom iets „hogers” acht, dan de gewone politieke bewegingen. Hij citeert dan met instemming Niebuhr: „Het conflict tussen Christendom en Communisme, is het conflict tussen een godsdienst die geen adaequate politieke strategie bezit, en een sociaal idealisme dat ten onrechte zijn politieke strategie heeft opgevoerd tot een religie.”

Dat kkn juist zijn, voorzover het betreft het „Communisme”, waarmee in dit verband het Bolsjewisme bedoeld wordt. Dit heeft inderdaad van z’n „politieke strategie” een „religie” gemaakt. Maar wat bewijst dit? Alleen maar, dat het bolsjewisme aan een zodanige armoede van inhoud lijdt, dat het z’n uiterlijke kant moest gaan ophemelen, tot religie maken. Als dat „sociaal idealisme” van het bolsjewisme werkelijk sterk en groot was geweest, dan was dat tot religie geworden, en niet het machtsmiddel, de partij en haar dictatuur, waarmee men dat sociaal idealisme tot werkelijkheid beweerde te zullen maken. Het bolsjewisme is een religie, bij welke de Kerk belangrijker is geworden dan de inhoud van het geloof — iets wat niet alleen aan wereldlijke bewegingen overkomen is!

Maar ook als men bedoelt, dat „sociaal idealisme” onvoldoende is, om een beweging gelijkwaardig te doen zijn aan een godsdienst, dan zouden we dit kunnen onderschrijven, want het „sociale” is ongetwijfeld slechts een deel van het volle mensenleven. Doch aan de andere kant zijn wij van mening, dat „cultuur” die én het sociale én het individuele omvat, hoger is dan welke godsdienst ook, en dat redeneringen als die van Niebuhr-Jones wel recht hebben tegenover een communistische beweging, doch niet tegenover een cultuur-beweging, zoals wij die in de voorafgaande hoofdstukken hebben aangegeven.

Wie tegenover het fascisme het Christendom wil plaatsen, (zelfs het Christendom van Stanley Jones, van Barth, Unamuno, de Rougemont, Bemanos — over dat van Colijn, Kersten, Goseling c.s. spreken we niet, als het om respectabele dingen gaat — of van de vele wereldlijke auteurs, die, zoals Huizinga en Steinhausen, in laatste instantie toch weer alles van de religie verwachten)

l) Stanley Jones t.a.p. blz. 127.

Sluiten