Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergeet, dat het Christendom van onze tijd, noch een sociale, noch een culturele inhoud heeft.

Men zou het dus eerst volkomen moeten vernieuwen, en na die vernieuwing rest ons: een moderne cultuur, waarin het Christendom als een belangrijke traditie overblijft. Die Christelijke traditie in onze cultuur, het Christendom als één van onze oorsprongen, loochenen wij ook niet. Maar het is natuurlijk een eenzijdigheid en een tekort, als we van één onzer oorsprongen verwachten dat ze zou kunnen geven, wat al onze oorsprongen, en het inzicht in het heden, slechts met de uiterste krachtsinspanning kunnen doen: een dynamische cultuur.

Als we echter de noodzakelijkheid van een dergelijke cultuur, van een culturele renaissance betogen, dan dienen wij er ons van bewust te zijn, dat de groep der intellectuelen en half-intellectuelen wel een belangrijke rol kan spelen in zo’n renaissance, doch geen beslissende rol. De beslissing kan alleen uitgaan van een werkelijke élite, d.w.z. van het zeer geringe aantal vrije cultuurscheppers, van de grote denkers en dichters. Van de denkers, die een nieuwe wereldbeschouwing, een inzicht in natuur, mens, maatschappij verkondigen, die van uit dit inzicht de individuele en de maatschappelijke moraal die nodig is aangeven, om zo te komen tot de wenselijke en mogelijke betrekkingen tussen de mensen en tot de instellingen in maatschappij en staat die nodig zijn. Zo worden de wegen tot verwezenlijking van deze inzichten gewezen, d.w.z. de politiek aangegeven. Doch dit alles is alleen mogelijk, als deze inzichten tot inspiratie worden voor de denkers, de kunstenaars en de grote daadmensen, de politieke leiders.

Geschiedt dit, dan zullen de intellectuelen, na een zekere tijd, de druk van die nieuwe inzichten en gevoelens bemerken en op den duur in steeds grotere mate er voor gewonnen worden, om op hun beurt dit uit te dragen naar de verwante groepen.

Het is natuurlijk mogelijk dat dit proces niet plaats vindt. Het is mogelijk dat we geen élite meer hebben (of een élite die niet gevoelig is voor de noden en de behoeften van onze tijd en onze maatschappij, wat een andere manier is om te zeggen dat we géén élite meer hebben, want een verkalkte élite is geen élite), of dat de élite niet meer in staat is de intellectuelen te beïnvloeden. De afwezigheid van een élite, is het niet te weerspreken teken van de

Sluiten