Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en een gesloten officierscorps is, vormt deze groep een macht waarmee het fascisme in den aanvang rekening moet houden. In den aanvang, doch iedere dag minder. Zolang er een klein beroepsleger is, zou dit in staat zijn, met behulp van andere groepen het fascisme te weerstaan en te verslaan. Laat het die kans voorbijgaan, dan weet het fascisme heel goed hoe het de macht van de beroepsofficieren moet breken, n.1. door het beroepsleger te veranderen in een geweldig volksleger. Dan hebben de officieren weldra niet langer soldaten onder zich, die onder alle omstandigheden de bevelen hunner officieren volgen, doch Slechts zolang als die bevelen niet in strijd zijn met die van de hoogste macht, de fascistische staat. Verzetten de officieren zich hiertegen, dan zijn ze rebellen en alle fascistische soldaten, geholpen door de gewapende partij-formaties, zullen die rebellen zonder aarzelen neerschieten. Maar bovendien betekent uitbreiding van het leger, vergroting van het officierencorps, binnentreden van nieuwe, fascistische officieren, die zich tegen de „oude kliek” zonder bedenking zullen verzetten als de staat dit eist. Fascistische officieren en promotie-hongerige officieren, zullen hun trouw aan staat en partij laten merken, telkens als er een wrijving tussen de legerleiding en de staatsleiding ontstaat. En het resultaat is, dat in die wrijving, de legerleiding, (als zelfstandige macht) wordt weggewreven en dat ze, steeds meer fascistisch gezinde opperofficieren en officieren bevattend, tot een instrument van het fascisme wordt. Als dit in de loop van enkele jaren reeds het geval is, dan behoeft men niet te vragen wat er na één of meer generaties, van de zelfstandige macht van het leger zal zijn overgebleven. Men kan dus op z’n best verwachten dat de oppositionele krachten, die in de fascistische maatschappij uit de voorafgaande periode zijn overgebleven, in de jaren die direct op de machtsverschuiving volgen, in staat zouden zijn, het fascisme ten val te brengen, als dit door andere oorzaken, door schokken van buiten, gebroken en in verwarring geraakt is. Men kan moeilijk verwachten dat die oude krachten, zonder hulp van buiten, sterk genoeg zouden zijn om zelfs maar een oppositie van enige betekenis te voeren. Men kan nog moeilijker verwachten dat ze na tien, twintig jaar, na een of twee generaties nog iets zouden kunnen tot stand brengen, ja zelfs nog maar bestaan.

Nu kan men natuurlijk z’n hoop vestigen op conflicten in de fas-

Sluiten