Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Italiaanse fascisme, dat tot ontplooiing gekomen is in een land met een achterlijke economie en zeer geringe natuurlijke hulpbronnen, een land zonder grondstoffen en zonder gemoderniseerde landbouw, een land met geringe industriële productiviteit en beperkt organisatievermogen, een land tenslotte dat in de moderne tijden geen militaire of politiek imperialistische traditie heeft1), dit Italiaanse fascisme heeft van den aanvang af slechts zeer geringe kansen gehad om een wereldmacht te worden, kansen die het door z’n samengaan met Duitsland volkomen verloren heeft, zodat het thans tot geen volledige ontplooiing meer in staat is.

Vandaar dat het Italiaanse fascisme reeds van den aanvang af, een niet geheel ernstige indruk maakte, en in de laatste jaren een volkomen onemstige politiek van rooftochten op punten van ondergeschikte betekenis voert, een politiek van roof-avonturen, die het tegendeel is van een werkelijk imperialisme. Bij die avonturen is dan ook nog aan het licht gekomen, dat de militaire waarde van het Italiaanse fascisme, zelfs tegenover half bewapende tegenstanders, zoals in Spanje (in Abessynië stond men tegenover ongewapende tegenstanders, die men met de uiterste krachtsinspanning kon overvleugelen) ongeveer nihil is, zodat het Italiaanse fascisme meer en meer een caricaturale beweging gaat worden, die slechts een copy en een onderdeel van het Duitse is.

Om overeenkomstige redenen kan het fascisme in een land als Nederland nooit uit zich zelf een macht worden, het mist de imperialistische bekroning, die het alleen zou kunnen krijgen als de Nederlandse fascisten het zwaartepunt hunner politiek legden in de aansluiting bij Duitsland, en in het opgenomen worden in de imperialistische triomfen van dat rijk. In dat geval echter zou het ophouden, zelfs in die geringe mate „Nederlands” fascisme te zijn, als het thans is, en zou het niets anders dan een „Anschluss”beweging zijn, wat het thans wel in wezen, maar niet in alle opzichten is. Het zou dan aanvankelijk tot een zeer klein groepje inkrimpen, maar daartegenover op den duur kunnen triomferen...

!) Men vergelijke b.v. de ontwikkeling van Piëmont-Sardinië, de kern van het moderne Italië, met die van Pruisen, de kern van het moderne Duitsland. Terwijl Pruisen uit eigen kracht, door militaire overwinningen groot geworden is, werd Piëmönt het, door hulp van buiten, en ondanks een onafgebroken reeks van militaire nederlagen.

Sluiten