Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou zijn om van „broederschap” te kunnen spreken), toch als richtinggevend gevoel, als grondstemming, in de democratie aanwezig is.

Onze Westerse democratie onderscheidt zich van de democratie der barbaren-stammen, van de soldaten-kameraadschap, of van de solidariteit der arbeiders, doordat ze, de rechten van de collectiviteit tempert door de rechten van het individu.

De collectiviteit heeft wel méér rechten dan het individu, maar niet alle rechten tegenover het individu — er is een minimum van persoonlijke rechten waaraan de collectiviteit niet kan raken, behalve dan als voor speciale gevallen en voor een vastgestelde tijd een andere regeling wordt gemaakt, die dan zo duidelijk een uitzonderingsgeval is, dat hieruit geen gevaren voor de algemene toestand kunnen voortvloeien. Bovendien zijn alle rechten die de collectiviteit bezit, afgeleid van de individuele rechten: de individuen maken collectiviteiten, van af de simpelste vereniging, tot aan de staat, en geven die collectiviteiten macht en recht. De individuen kunnen de collectiviteiten veranderen en vernieuwen. Geen collectiviteit is iets anders, dan een resultante van individuele krachten; vandaar dat alle mystiek waarmee men collectiviteiten wil omkleden, door en door leugenachtig en gevaarlijk is. De staat is er voor de individuen, niet de individuen voor de staat. En de grondslag voor de betrekkingen tussen individuen, moet de „welwillendheid” zijn, die men als alledaagse, voor het gebruik geschikte, vorm van „broederschap” moet zien. Die welwillendheid brengt met zich mee, dat men overtuiging en overreding als normale vormen van omgang, zowel tussen de individuen onderling, als tussen de collectiviteiten en de individuen, of tussen de collectiviteiten onderling beschouwt, en de dwang, de angstaanjaging, het geweld, als abnormale, zoveel mogelijk te vermijden vormen. De wetten moeten geëerbiedigd worden, niet terwille van de wet, of van de staat, maar terwille van de individuen die voor zichzelf die wetten gemaakt hebben.

Doch dit alles is slechts een abstracte beschouwing, die eerst tot haar recht zou kunnen komen, als we de groei der Westerse beschaving concreet konden nagaan, iets wat buiten de bedoeling van dit boek valt.

Waar we in ons verband mee te maken hebben, is, dat de Westerse beschaving, ontstaan in het tegenwoordige Frankrijk, rondom

Sluiten