Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I

DE KLASSEN

„Wij zijn tegen het Marxisme."

„Wij zijn tegen de klassen-maatschappij."

„Wij zijn tegen den klassenstrijd."

En dan, in overgrooten ijver, steekt menigeen zijn hoofd in het zand, en vervolgt: „Er bestaat geen klassentegenstelling, er is geen klassenstrijd."

Hervormingspogingen zullen zeker mislukken, als men de realiteit niet kent, waarin men leeft. En hoe ziet nu de nuchtere werkelijkheid er uit?

Reeds jaren terug hebben de verschillende oeconomen gedoceerd, dat de „stand" werd teruggedrongen, en de „klasse" er voor in de plaats kwam. Als een enkel voorbeeld zij hier aangehaald het werk van von Philipovich: Grundrisz der Politischen Oekonomie.

Bij het beschrijven van de ontwikkeling der volkshuishouding stelt hij vast: dat de standen en de „standische Gliederung" der maatschappij meer en meer is teruggedrongen en dat daarvoor in de plaats is gekomen niet een „Gliederung" maar een scheiding der maatschappij, en wel in klassen. Klassen d.w.z. sociale groepeeringen, die onderscheiden zijn naar hun macht, welke macht gevormd wordt door het bezit. Wel is dit nog niet geheel en al doorgedrongen, schreef Philipovich; maar toch treedt de klasse steeds meer op den voorgrond. En dit vooral door de bewegelijkheid van het kapitaal in tegenstelling met den arbeid. Iemand die smid is, kan moeilijk over een maand als bakker optreden of als mijnwerker — en zeker al deze functies niet tegelijkertijd uitoefenen. Maar iemand die kapitaal bezit, kan daarmee vandaag aandeelen nemen in een ijzerindustrie, en over een maand zijn geld steken in de kolenmijnen — hij kan zijn geld

Sluiten