Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

besteden om er opiumkitten of andere verdachte gelegenheden mee te financieren.

Bovendien zagen we in het vorige hoofdstuk, dat het bezitsverschil juist de klassen heeft gevormd, die aan stand zijn tegenovergesteld.

Geld en bezit is dus niet het standbepalende.

Wanneer dan ook wordt gezegd: „God heeft de standen gewild, en de mensch mag en behoort volgens zijn stand te leven", dan mag dit nooit zoo worden verstaan, alsof God de door het bezit gevormde klassen heeft gewild, en dat dit geldbezit de eenigste norm van iemands uitgaven en levenswijze zoude zijn. Want dit klassenverschil, dit „pessimum malum" heeft God niet gewild. Doch het feit, dat het wel eens in dezen verkeerden zin wordt verstaan, en beleefd, dat is het wat terecht verzet wekt en veel kwaad bloed zet en Gods Kerk in miscrediet brengt.

b. Standbepalend kan evenmin zijn de omstandigheid, dat men uitvoerenden of leidinggevenden arbeid verricht. In zooverre bestaat er dus geen arbeidersstand en geen werkgeversstand; deze benaming is uit de klasse-mentaliteit voortgekomen. Het feit, dat iemand uitvoerenden of leidinggevenden arbeid verricht, geeft immers op zich nog niet den minsten maatstaf, hoeveel waarde die persoon heeft voor de maatschappij, dus van welken stand hij is. Als ik constateer: deze persoon treedt leidinggevend op, en die anderen voeren het werk uit, dan weet nog geen mensch, hoe hoog hij deze personen moet waardeeren. Het kan immers een bende zakkenrollers zijn, waarvan één de leiding heeft, en het kan ook een rector zijn van een lyceum met zijn leeraren, of een bisschop met zijn priesters.

c. Deze voorbeelden brengen ons waar we moeten zijn. Wat ik nu ga schrijven, is zoo allersimpelst, dat

Sluiten