Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarde, hun stand voor de maatschappij. Dan zijn er geestelijke goederen, die meer waarde hebben. Menschen dus, die deze voortbrengen (bijv. leeraarsstand) hebben hierdoor een hoogere waarde, een hoogeren stand in de maatschappij, tenminste als geheel beschouwd. Terwijl daarbovenuit de magistratenstand gaat, die het totaal der menschelijke goederen verzorgt.

We hebben gezien, dat stand een bepaalde waardigheid of voornaamheid is. Op de vraag: waar komt deze waardigheid vandaan? — hebben we als antwoord gevonden: deze waardigheid ontleent iemand aan het product wat hij produceert; hoe hooger product, des te hooger waardigheid.

Als conclusie moet dus worden vastgesteld: Stand is: de waardigheid van een beroep, functie of professie uit kracht van het product.

d. Echter is hiermee nog niet alles gezegd. Allen die aan éénzelfde product werken, ontleenen aan dat product hun waardigheid, maar niet allen dezelfde waardigheid.

Laat ik als voorbeeld nemen een bouwbedrijf. Men kan daar vinden: patroon, architect, metselaar, timmerman, opperman, enz. Zij allen ontleenen hun waardigheid, hun stand, hieraan, dat ze woningen produceeren — een hoogere waardigheid dan deze kunnen ze niet bezitten. Maar niet alle medewerkers hebben dezelfde waardigheid. Immers de leider verzorgt het geheele huis, de metselaar slechts een onderdeel, de opperman een nog kleiner onderdeel; de eerste dus draagt veel meer bij aan de totstandkoming van het huis dan de tweede; de eerste deelt dus ook veel meer in de waardigheid van het product dan de tweede.

De stand komt dus voort uit de waarde van het product; maar de produceerenden deelen meer of minder in die

Sluiten