Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezamenlijk produceeren — en die als groepen elkaar aanvullen, elkaar noodig hebben, en met elkaar heel de maatschappij opbouwen.

De klassementaliteit heeft het besef dezer innige beroeps-samenhoorigheid stuk geslagen — noch patroon noch arbeider zag en voelde het aldus. En toch, zooals Quadr. Anno zegt, behooren deze menschen bij elkaar1, even natuurlijk als de plaatselijke nabuurschap menschen tot ééne gemeente samenbindt; en allen die er wonen behooren er toe, onverschillig van welke levensbeschouwing of godsdienst ze zijn.

Op deze innerlijke verbondenheid als grondslag moeten de menschen van hetzelfde beroep tot bondsvorming komen en gemeenschappen stichten, aan welke de Staat wettelijke bevoegdheden verleent, die deze gemeenschappen noodig hebben om de hoogheid en de waarde van htm product en hun eigen levensonderhoud op peil te houden. Alle deze gemeenschappen of bedrijfschappen vormen tezamen een algemeenen raad tot regeling der onderlinge verhoudingen, met het oog op het algemeen welzijn. En tenslotte, zooals over iedere lagere gemeenschap, houdt ook over deze de Staat zijn wakend oog.

Ontzaggelijk zijn de voordeelen van zulk een orde. De tegenstrijdigheid is weggenomen als basis, maar er heerscht de orde van de éénheid in de veelheid van welgevoegde ledematen. De proletariër verdwijnt — en het zijn allen weer menschen, die hun eigen stand hebben, fier door het bewustzijn een bepaalde waarde te hebben voor de maatschappij, die hen niet missen kan. Zaakkundige menschen zullen de zaken weer regelen en niet een minister, die niet tegelijkertijd boterboer en scheepsbouwer en turfschipper en varkensfokker en broodbakker, enz. kan zijn en het toch zijn moet. Door deze verwerkelijking van het beginsel der subsidiaire werkzaamheid komt ook de Staat weer vrij voor zijn eigen

Sluiten