Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eener geordende standenmaatschappij. Of anders gezegd: de voorname taak dezer organisaties is: zichzelf overbodig te maken. Dit geldt natuurlijk evenzeer voor patroons- als arbeiders-vakorganisaties.

Ook de Staat heeft volgens de Encycliek in dezen haar taak.

Deze bestaat niet hierin, dat de Staat nog weer nieuwe werkzaamheden op zich moet nemen en heel deze ordening heeft uit te voeren. Integendeel: de Staat wordt opgeroepen om zich terug te trekken van dit terrein, wat het zijne niet is. Wel zal de Staat het initiatief moeten prikkelen, misschien somtijds zelfs initiatief moeten nemen. Maar vooral: waar ook maar eenige mogelijkheid bestaat, dat zulk een bedrijfschap zich vormt, zal de Staat dat moeten steunen en aanmoedigen, en dan zoodra en zoo volledig mogelijk aan deze bedrijfschap overlaten om met publiekrechtelijke bevoegdheid haar eigen zaken te regelen. Aldus wordt: en dat economisch werk beter verricht door terzake kundigen en belangstellenden, en de Staat krijgt tijd voor zijn eigen specifieke taak.

Zeer goed dient echter in het oog gehouden, dat iedere poging, die zich op de klassen en daardoor op de klassentegenstelling baseert, niet tot de organische ordening komen kan, omdat ze juist den wortel van het kwaad onaangetast laat. Natuurlijk is het mogelijk, dat in de beroepsstand quaestie's ontstaan over de verdeeling van de opbrengst tusschen allen, die aan het product hebben meegewerkt. Voor die gevallen zal het nuttig en noodig zijn, dat zoowel de patroons als de ondergeschikten afzonderlijk beraadslagen en besluiten nemen. Dit echter dient meer als incidenteel geval te worden behandeld. Maar de bondsvorming der beroepsstanden te doen berusten op twee groepen van werkgevers en werknemers, dat is de splijtzwam van de klassentegenstelling in de

Sluiten