Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betreft zoozeer aan een bepaald beroep wordt gebonden, dat het zijn eigen kenmerkend en standgevend beroep wordt. Dit is een conditio sine qua non voor de vorming van een standen-maatschappij.

Bovendien is het economisch van groot belang voor de volkswelvaart.

Een bepaald beroep kan wel tijdelijk, maar niet op den duur bestaan, dan wanneer en doordat het goede producten levert, die in reëel bestaande behoeften voorzien — het beroep is dus wel gedwongen hiernaar te streven. Het winstbedrijf, het bedrijf der groot-ondernemers streeft dit in eerste instantie niet na; 't beoogt alleen vermeerdering van eigen bezit. De eigenaar van het winstkapitaal kan er dus voordeel van hebben, maar daaruit volgt allerminst, dat ook de samenleving er voordeel van heeft. De winst immers kan verkregen worden door woekerrente of het houden van speeltafels. Die winst kan verkregen worden door het vervalschen van eetwaren; raakt tenslotte deze mogelijkheid uitgeput, wel dan kan men zijn kapitaal weer in iets anders steken. De beroepsmensch echter heeft deze rijke mogelijkheid niet; hij zit vast en wordt daardoor sterk weerhouden, om het beroep waarvan hij leven moet te bederven. Verschillende economen hebben wel geleerd, dat productie- en winstbedrijf elkaar dekken; dat het zoo gelukkig is ingesteld in de natuur, dat als er het meest verdiend wordt, er ook het meest wordt geproduceerd om in de reëele behoeften van de menschheid te voorzien — de onwillige werkelijkheid echter heeft deze profetieën geloochenstraft.

De vrije bewegelijkheid van het winstkapitaal moet dus aan banden worden gelegd: dit is nuttig voor een betere voorziening in de behoeften, dit is noodig voor de vorming van een standenmaatschappij.

Ik kan me zeer wel indenken, dat bovenstaande bewering haast klinkt als een vloek. Door de langdurige klasse-

Sluiten