Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevolg, dat zoolang die zeden nog niet hervormd zijn, zij ook nog niet behoeven te beginnen met het onaangename werk om de slechte instellingen die er zijn op te ruimen en door betere te vervangen. Men kan zich dan tevreden stellen, met de menschen te gaan bepreeken, dat ze betere menschen moeten worden; en als het gewichtigste deel van dit „beter worden" beschouwen ze dan dikwijls, dat de arbeiders tevredener moeten zijn.

Zulk een stelling en zulk een opvatting is volstrekt fnuikend voor iedere hervorming. Natuurlijk, zooals von Nell Breuning opmerkt, voor den individueelen mensch is het veel belangrijker dat hij een zedelijk goed mensch is, dan dat het hem economisch goed gaat. De moreele orde is belangrijker dan de economische orde. Maar daar gaat het niet over. Het gaat over de hervorming en de gezondmaking van de menschelijke maatschappij — en voor deze gezondmaking is de hervorming der instellingen even hard noodzakelijk als de hervorming der zeden. Evenmin als de hervorming der instellingen op den duur zal kunnen slagen zonder een hervorming der zeden — evenmin zal een hervorming der zeden kunnen plaats grijpen zonder een hervorming der instellingen. Wat is noodiger voor de maatschappij: de hervorming der zeden of die der instellingen? Men zou even goed kunnen vragen, zegt von Nell Breuning: wat is noodiger voor het leven van den mensch:

lucht of voedsel?

Maar in verband met den inhoud van dit hoofdstuk moet op één punt in die zedenhervorming de nadruk vallen. Bij die noodzakelijke zedenhervorming denkt men zoo dikwijls uitsluitend aan uitspattingen van het sexueele leven of ontevredenheid der arbeiders. En men vergeet een zedelijke kwaal die ongemerkt en onbevroed ook in katholieke kringen is doorgedrongen. En juist in de verbetering van die zedelijke kwaal zal voornamelijk die zedenhervorming moeten bestaan, wil het ooit tot gezond economisch leven

Sluiten