Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe machtig zijn vader was, begreep hij, als hij hoorde, hoe de gangen, portalen en zalen erbarmelijk ineenschrompelden onder den krachtigen, zelfbewusten tred zijner laarzen.

Hoe mild en zacht zijn moeder was, hij begreep het, als hij hoorde, hoe de dreigende holen en hoeken in trappenhuis en gangen zwegen, hoe de ruimte scheen in te slapen, als zij langs kwam. En toch vernam hij haar zachte naderen duidelijker en op grooter afstand dan zijn vaders luide stappen, die ineens daar waren, heerschend, bevelend.

De stilte hield den adem in, als moeder naderde. Hij hoorde het zwijgen fluisteren: „Wees stil. Zij komt!" Doch zijn vader deed al het stille opschrikken. Alle echo's werden luid, waar hij ging en riepen hardop: ,,Hij komt! Hij is daar! Hij ging voorbij!"

De kleine Modeste Petrowitsch leerde ook het lied der gaande en keerende seizoenen verstaan. Elke nieuwe lente voelde hij zich, als opnieuw geboren worden. Het begon met den wind, die dartel werd, als een jonge hond, en zoel, als de adem van een levend wezen. En als het zomerde, liep hij graag door het ruischende graan. Dan was het hem, of het diepe blauw der korenbloemen en het helle rood der klaprozen zongen met hooge, ijle stemmen, want de leeuweriken zag hij niet.

Doch schooner dan de herfst was er geen jaargetij. Dan

Sluiten