Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bassen konden grommen, als de donder, onder de kleine vingers van Modeste, het kind. En de hooge tonen kwinkeleerden, als opgetogen vogels. Moussorgsky was muzikaal. Het kind verstond de zeer bijzondere kunst van het luisteren. En wie luistert, hoort meer dan wie altijd zelf aan het woord is. Wie luistert, vergeet zichzelf.

Zijn broer Filaret begreep dat niet. Hij hoorde en zag altijd zichzelf. Zijn omgeving was hem slechts een spiegel, waarin hij zichzelf kon zien en hooren. Uit den eerbiedigen groet van zijn vaders knechten begreep hij zijn eigen voornaamheid. Doch Modeste, zijn broer, zat naar hen te luisteren, als zij zongen, als een kind, dat tegenwoordig is bij een wonder. Het kind voelde dan, dat de knechten en meiden, dat het vólk geheimen kende, onbekend aan zijn ouders en zijn broer. De njanja fluisterde ze hem toe, vóór hij slapen ging. Het was het geheim van het verleden, het levende verleden, dat niet gestorven was en vergaan. Het bloed, dat gevloeid was in strijd en twist, was niet opgedroogd. Het maakte de Russische aarde heilig. En de wind, de eeuwige wind, bewaarde de heugenis aan lang verstorven krijgsrumoer en luidruchtige huldigingen van valsche en goede heerschers. En op een avond, — het donker was vroeg ingevallen, wolken verduisterden den hemel, nog vóór de zon was ondergegaan, — vertelde ze hem de geschiedenis

Sluiten