Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naamste was toch, dat hij van Modeste een uitstekend pianist maakte, zoodat de gouvernante vaak haar oogen sloot, haar lippen tuitte, het hoofd bewonderend schudde om dan eerst „entzückend" te zeggen. Modeste leerde den vleugel spreken. En het was zijn taal, welke het instrument sprak.

„Precies een zigeuner!" vond zijn broêr en hij trok een vies gezicht. Hij hield niet van zigeuners en niet van muziek.

De Duitsche leeraar kon soms stil voor zich heen droomen, als Modeste speelde, en een naam fluisteren, stil en eerbiedig. Alleen de gouvernante, die hoopte, dat het haar naam mocht zijn, verstond hem. „Mozart", zei hij.

Sluiten