Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inzien toch niet gelooven kon, dat hij „wunderbar" en „herrlich" gezegd had.

Het volgende jaar gingen Modeste en Filaret naar Petersburg. Een kostschool werd hun thuis.

Kale, gewitte muren, lange, eindeloos lange slaapzalen, waar 's nachts het geritsel van muizen gehoord werd; strenge leeraren, die de jongens, als recruten, drilden, een bruut in parten gedeelde dag en kameraden, die hardop vloekten en fluisterend spraken, deden Modeste Moussorgsky pijnlijk gevoelen, wat hij in Karewo achterliet. En 's nachts was het Filaret, die zijn broer hardop droomen hoorde. ,,Moeder!" verstond hij en bleef lang wakker liggen, want hij vond ook, dat hij thuis beter tehuis was. Hij was wel graag een officier, maar het officier worden was geen pretje. De zomer beteekende vrijheid. Dan reden ze door de zingende vlakten naar Karewo . .

Hard was de school.

Filaret redde zich in de orde, Modeste redde zich in de muziek.

Vader Krupski was een eerbiedwaardige pope met een baard van gesponnen vlas en een klein plukje withaar achterop zijn vergeelden, kalen schedel.

En vader Krupski kende de mooiste muziek, welke Modeste ooit hoorde. Eeuwenoude vroomheid zong er in.

„God hoort ons", kon Vader Krupski zeggen. ,,Zoo-

Sluiten