Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X

F

J—^en andere avond. Een ander lied.

De generaal siste sussend, maar dit keer tevergeefs. Wladimir Stassow was de gast van het huis. En Wladimir Stassow had een eigen meening. Hij deed in het leven niets, dan een eigen meening hebben. Als hij alleen was, schreef hij die eigen meening neer. Was hij in gezelschap, dan sprak hij die eigen meening uit. En zelfs bij den barbier, het mes niet achtend, dat zijn huid gevaarlijk naderde, hield hij haar niet voor zich, zijn meening.

Hoe zou hij dan acht slaan op het verontwaardigde gesis van den ouden generaal en het booze kijken van diens oudste dochter, een overrijpe vrouw met een door poeder nauw verholen snor? ,,Bui-ten-ge-woon," zegt Stassow. „Wat een voordracht! Die Moussorgsky, — hij heet toch Moussorgsky? — is een geboren meester. Hij heeft een Glinka in zijn stem. Rusland leeft in die stem, zooals het leeft in Glinka's muziek. — Bravo! Bravo!" Den heelen avond bleef Stassow in Moussorgsky's gezelschap.

Sluiten