Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XII

T

» X oen Adam de stomme dieren een naam gaf, schiep hij de poëzie," meent Balakirew.

,,Toen Eva, huishoudelijker van aard en aanleg, de dingen een naam gaf, schiep zij het proza," meent Borodin.

,,Toen Abel, het kind, de dieren en de dingen lief kreeg, schiep hij de muziek," meent Moussorgsky. ,,En toen kwam Kaïn, sloeg de muziek dood en schiep de ,,toonkunst"," meent Balakirew.

,,En toen kwam er een schoone fee met een mooi baardje en tien vaardige vingers en die maakte de muziek weêr levend," meent Stassow, die voor zijn doen vreeselijk lang heeft gezwegen.

,,Leven maakt hij in alle geval," zegt Borodin, maar wat hij verder zegt, gaat verloren in den klankenstroom, dien Balakirew met nerveuze vingers uit zijn vleugel drijft.

,,Zijn Oostersche fantasie," fluistert Moussorgsky Stassow in 't oor.

„Assistentie!" roept Balakirew en breekt plotseling, midden in een weelderige melodie, af.

Sluiten