Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moussorgsky gaat naast hem voor den vleugel zitten en samen spelen ze dan, — een orkest met vier handen, — de Manfred-ouverture van Schumann.

En nu wordt het mis.

Feilloos speelt Moussorgsky.

Feilloos speelt Balakirew.

Doch als de vleugel zwijgt en Moussorgsky zijn gezicht naar het gezelschap wendt, schrikt Stassow, die zijn vriend is, van zijn wild starende oogen, en schrikt Borodin, die dokter is, van zijn lakenwitte bleekheid.

,,Ik ben Manfred," fluistert Moussorgsky heesch en lacht schril, omdat de kaarsenkroon zoo rare kronkelingen maakt.

Hij gaat heen, alleen in den nacht. En alle sterren kijken hem aan.

Bedrukt blijven zijn vrienden achter.

Borodin noemt een vreemd woord.

Stassow haalt de schouders op. Hij heeft zoo zijn

eigen meening.

,,In alle geval een vreemde, een gevaarlijke ziekte," zegt Balakirew.

„Het is zijn grootmoeder," en Borodin knikt daarbij goedmoedig en wijs.

,,Ze was een lijfeigene, één uit het naamlooze volk, dat Rusland maakt tot een land met een ziel, een geduldige, lijdzame ziel, één van die vergetenen, die

Sluiten