Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moussorgsky componeert den „Boris". Stassow draagt de bouwstoffen aan. Rimsky-Korssakow luistert toe en levert de critiek. Cui peinst over Modestes zwakke hoofd. Balakirew zorgt, als dirigent, voor de activiteit-naar-buiten. — Zijn vrienden kregen den bijnaam ,,het Machtige Hoopje". Hij is van dit hoopje het hoofd en levert slag met den gelen nijd en het grasgroene onverstand. — En Moussorgsky componeert

Hij is Boris met den ,,Boris" en leeft in zijn held. Moskou is over hem en in hem. En altijd weêr dreunen de klokken.

Om zich heen voelt hij het volk. Het stuwt op en deinst terug. Het juicht. Het roept. Het zwijgt. — Het mompelt, mort, gromt, vloekt, vervloekt. En altijd is er de stem van Boris Godounow's geweten. Soms is het 't krassen van een papegaai en soms het tinkelen van een muziekdoos. En altijd is het de wind, die zoo rijk aan geheimzinnige tonen is.

Het leven in de 19de eeuw gaat zijn gang, maar Moussorgsky leeft in de 16de. Hij leest oude kronieken, die Stassow hem verschaft.

Als hij zijn vrienden schrijft, schijnen zijn brieven uit de ganze-pen van een oud-Russischen kroniek-schrijver gevloeid.

,,Ik heb Uwe genade (— Stassow —) veel over onze

Sluiten