Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Modeste schudt weemoedig het hoofd en mompelt: „Wat jammer! Nou heeft hij de rest van de flesschen opgedronken."

Een leeuwerik vliegt over den vloekenden Filaret omhoog en zingt in het koor der op Modeste losgelaten duivels meê.

Omdat hij niet wil, dat de leeuwerik gestoord wordt en hij een stille herberg weet, waar het bier koel en de waard doof is, troont hij den zich moe scheldenden broer, die er niet op let, waar hij gaat of staat, naar dit stille kroegje meê.

De aanwezigheid van den waard doet Filaret, die niét weet, dat hij doof is, tot bedaren komen.

,,Je was op de Jonkerschool altijd m'n meerdere in strategie. Die zet is een meesterzet, maar de waarheid zal ik je zeggen. Je vergooit jezelf en onzen goeden naam. Dat je m'n wijn opdrinkt, is niet het ergste. Maar dat je het doet met een stalknecht, is infaam. En wat ben je eigenlijk, jij zanger tusschen 't koren? Wat presteer je in de maatschappij? Heeft Vadertje Czaar, — God zegene hem, — een meening over jou? Het zal dan wel geen goede zijn.

Een Moussorgsky, wiens stamboom terug gaat tot Rjurik, den geweldigen held, die in de negende eeuw de Slavische volksstammen tot één volk maakte en die zoo Ruslands eerste Czaar was, is ambtenaar en komt niet hooger dan het laagste krukje.

Sluiten