Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

selden en vielen één voor één af, zoodat iedereen zien kon, waarheen jullie vluchtten.

„Zeg, waard, kun je je zooiets voorstellen: een edelman op vlucht voor den roem?"

„Zeker, Excellentie," antwoordt de waard. „Ik heb nog een heel goede flesch."

Nog steeds weemoedig glimlachend, schenkt Modeste de glazen vol. Maar de rhum is al even minderwaardig, als de roem.

Dien nacht om vier uur tuimelen de twee edellieden door het kelderraam in het hooi. De stalknecht dekt hen toe met een paardedeken.

Sindsdien had de vrouw van Filaret geen zwak meer voor haar zwager en was hij op Minkino niet welkom meer.

Alleen de doove waard en de dronken stalknecht betreurden zijn wegblijven, maar vooral toch de waard, die een groote bewondering voor Modeste's muziek had.

Sluiten