Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVIII

T ■

X e mislukken en zeker te zijn van de overwinning is wreed. In stille oogenblikken, alleen met jezelf, met je droomen, met je zekerheid, alleen met je zege, rijs je hoog uit boven het doffe en toch zoo luide leven, dat zoo klein is en zoo klef. — Doch dan slaat er een deur. Een stem begint over geld te praten. Een hond blaft. Er valt een glas stuk.

En de droomen wijken.

Het hooge gevoel van zekerheid zinkt weg in een diepen kuil van moedeloosheid. Er zijn rekeningen, die je niet kan betalen. Je moet geld leenen van een vriend. Het geld krijg je, maar den vriend verlies je voor altijd.

En het eenige wat je rest, is een piano, een foto van je ouderlijk huis en wat partituren, die je naam dragen.

Wat is mislukken? Wat is slagen? Is het belangrijk te slagen? Is het erg, als je mislukt?

Wat je kon, heb je gedaan en je hebt meer gekund dan anderen. Je wéét het. De anderen weten het ook, maar verzwijgen het. Als je een prul geweest was, zouden ze je geholpen hebben. Je zou hen niet over

Sluiten