Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het hoofd gegroeid zijn. En ze zouden kunnen zeggen: „Zie, wat we deden voor dezen! Wat hij is, dankt hij aan ons. Eigenlijk is het een prul, maar dat hoeft niemand te weten. Hij weet het. Wij weten het. En het blijft een geheim tusschen ons!"

Het is erg, geen prul te zijn en je eigen weg te gaan, te worden vergeten, te worden uitgewischt.

Je wil toch bestaan. Je wil toch zijn. Je hebt een naam en een naam wil genoemd wezen. Je schrijft muziek en muziek wil toch gehoord worden. Je bent toch een mensch en een mensch wil toch léven!

Modeste Moussorgsky begroef zijn handen in zijn hooge haar, dat koel tusschen zijn fijne vingers gleed. Zijn voorhoofd, waarachter de gedachten klopten, schoof langs zijn handpalmen. Een uur al zat hij zoo, de ellebogen steunend op het neergeslagen deksel van de piano, — een kleine, wat gedrongen man in de houding van een kind, dat huilen wil.

Modeste Petrowitsch Moussorgsky was moedeloos, was levensmoe en zonder hoop. Het is heerlijk een berg te bestijgen, maar een berg af te dalen is een weemoedig werk. Modeste had niet geweten, dat het zóó zou zijn, dat hij het zóó zou voelen. Het moest toch heerlijk zijn, een mensch te wezen onder menschen, één te worden met het volk, af te dalen naar het dal met de vertrouwde lichtjes!

Moedeloos was Modeste Moussorgsky en het dal met

Sluiten