Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijkheid van den zomer, te sterven, zooals een rijpe appel, die valt in zijn graf van zwaar geurende blaren en vochtige aarde.

De dood is niet wreed, als hij je in het leven een zomer gegund heeft.

Je was gelukkig, toen je een kind was en je wist het niet. Moet dan alle geluk eerst herinnering worden om als geluk erkend te zijn? Kunnen we slechts waardeeren, wat we verloren? En worden de herinneringen slechts dan levend, als men ze opstijgen ziet uit den bodem van een glas, dat vijf, zes keer vol geweest is?

O, ongeduld! Het kind wil man worden en leeft in de toekomst. En als het man geworden is, leeft het in het verleden en wacht op den dood.

Slechts onder vrienden kan je leven. Doodgaan moet je alléén.

Maar leven in de eenzaamheid, die drukke eenzaamheid, vol vreemde, onverschillige stemmen en harde, onpersoonlijke geluiden, is erger dan sterven. Dan wordt het leven, als een ongezongen lied, als een gesprek met je-zelf.

Maar waar blijven de vrienden, als je langzaam, langzaam zinkt, verdrinkt in je eigen ziel, als in een moeras; als je weer kind wordt en niemand noemt je naam, Modinka?

Je kunt muziek maken van je verdriet, maar er is niemand, die luistert.

Sluiten