Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ah!" zegt Moussorgsky, en strijkt met welbehagen door zijn mooien, vollen baard. „Die bewondering voor iets, dat niet is, wat het is, moet zeker, als schoon bestikten mantel der liefde dienen, om de vele en talrijke tekortkomingen te bedekken, welke mijn armen „Boris' aankleven, talrijker naarmate ik de beoordeelaars minder mijn vrienden noemen kan? Doch gij, vriendelijkste aller vrienden, ziet liever niets en hoort liever niets, dan iets te zien en te hooren, dat Uwe eerlijke oogen en niet minder eerlijke ooren pijn zou kunnen doen en mishagen."

Zóó vriendelijk werd dit gezegd, dat de jonge graaf vergat te protesteeren, maar ongestoord voortging zijn gedachten over den „Boris" te ontwikkelen.

„Het is de werkelijkheid, die ik hoor en zie en bewonder, zooals ik haar hoor en zie en ruik. — Schrik niet, Modeste en hou niet zoo demonstratief je neus dicht. — Ik ruik de Russische aarde in je muziek en ze ruikt naar bloed en zweet en naar hooi, het heerlijke hooi, dat de geuren van den zomer in zich vergaarde. Je helden zijn mènschen, onze broeders uit vroeger eeuwen, die we herkennen aan hun staan en gaan, hun spreken en zingen, aan hun heele zijn." Het was avond geworden. Het licht der straatlantaarns besloeg de ramen met schimmig wit.

„Je hebt gelijk, mijn vriend. Ik wéét het. Jij weet het. Wij samen begrijpen Modeste Moussorgsky, maar we zijn maar met z'n tweeën ....

Sluiten