Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXX

p een Paaschmorgen, — vroeg, — wandelt Modeste met zijn bouwkundigen vriend, Victor Hartmann, door Petersburg.

De klokken zingen.

Modeste neuriet een melodie en hoort niet, wat hij zingt.

„Christos woskresse!" „Christus is opgestaan!"

„Modinka!"

„Wat is er Vitjuschka?"

Hartmann leunt tegen een huis en is doodsbleek. ,,Ik kan geen adem krijgen."

Modeste neuriet verder, slaat zijn vriend eens bemoedigend op den schouder:

„Als je weer lucht hebt, ouwe jongen, kunnen we verder gaan."

Ze gaan verder.

De klokken luiden.

„Christos woskresse!"

Twee maanden later —

„Lieve vriend," schrijft Moussorgsky aan Stassow, „welk een ondragelijke smart! Waarom leven hon-

Sluiten