Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

g

den en katten ... en moeten menschen, als Hartmann, sterven!

Wij, domkoppen, worden in zulke gevallen gewoonlijk getroost met: „Hij is niet meer, maar, wat hij geschapen heeft, leeft en zal leven, ja en ... . ja, en niet veel menschen is het geluk geschonken, niet vergeten te worden.

Dat is weer zoo'n misbaksel van menschelijke eigenliefde (met een paar uien met het oog op de tranen). Ja, loop naar den duivel met jullie wijsheid! Als „hij" niet tevergeefs geleefd heeft, maar iets geschapen heeft, — dan moet men een lummel zijn, om genoegen te vinden in den wellust van den troost, dat „hij" „zu schaffen aufgehört hat". Neen, men moet zich niet gerust laten stellen. Er moet en er mag en er zal geen troost zijn. Dat is een beursche moraal! Als de natuur slechts met den mensch koketteert, zal ik ook zoo vrij zijn, haar, als een kokette, te behandelen, d.w.z. haar zoo min mogelijk te vertrouwen en mijn vijf zinnen bij elkaar houden, als ze me vleit en omarmt en zoo gek maakt, dat ik den hemel voor een strijkstok houd. Of moet men zich, op huzaren-manier in het leven storten, waar het 't diepst is? Ondergaan. Maar genieten? Wat? Dat is de vraag. Soms de oude, slappe aarde, die niet koket, maar eerlijk gemeend iederen „Koning der Natuur" in haar weerzinwekkende armen sluit, wie hij ook is, als een oud, uitgeleefd wijf,

Sluiten