Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXI

>»^-Jraaf, wat is de dood?"

Ze praten erover. Lang. Tot het nacht wordt. Tot de sterren sterven.

Zonder zon is 't leven, het leven van een ambtenaar, die akten schrijft.

Binnen vier wanden leeft de mensch en zal eens nog kleiner behuisd zijn.

En soms loop je langs een rivier, waarin de heele hemel verdrinkt en één grijs en zacht murmelend deinen wordt. Dan komt het verlangen.' niets dan grijzen

hemel en murmelend water te worden. Weg te zijn

Schimmen weerhouden je. Vage kansen op een vaag geluk. Een vale angst. Een zacht geneurie. Je weet niet wat.

„Christos woskresse —

Modeste heeft zijn geloof kapot gedacht, maar God waakt over alle kinderen.

Een kind loopt langs den stroom. En altijd is er één ster, die hem bewaakt en leidt.

Met Graaf Arsenius spreekt hij over den dood, den triomfanten dood, en het leven, dat al valer vervaagt. Graaf Arsenius is een dichter en wat Modeste mijmert, wordt gedicht.

m

Sluiten