Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,,Slaap, kindje, slaap . . . . "

De moeder snikt en smeekt, maar de dood zingt zijn lied ten einde.

„Zie je wel, mijn lied bracht den knaap rust. Slaap, kindje. Hij slaapt."

Aan het meisje, dat naar liefde hunkert, maar sterven

moet, verschijnt de dood, als galante ridder, die haar

een serenade brengt en haar verleidt. . .

Doch nooit is de dood grooter, dan in oorlogstijd, als

hij, als immer-zegevierend veldheer, vriend en vijand

aanvoert.

Vivo, alla guerra.

Kanongebulder doet lucht en aarde dreunen en onophoudelijk schetteren de trompetten.

Het krijgslawaai stormt, als een orkaan, over 't wijde land. En leêge slooten worden rood.

De zon staat hoog. 't Is middag en nog is de slag niet beslist.

De zon daalt, 't Wordt avond. Nog duurt het moorden voort.

En als de schemering invalt, is de heesche stem van 't geschut nog niet uitgepraat.

Maar het wordt nacht en wie nog leven en niet sterven, vluchten weg. En het wordt stil. Een kreunende stilte is 't, als steeg ze op uit de aarde, waarin zooveel bloed drong.

Sluiten