Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXIII

r

J Jaat staan dat glas, Modeste!

Maar Modeste dronk, Modeste Moussorgsky dronk zijn zevende glas. Want na het zevende glas werd alles muziek, werd alles muziek voor Modeste Moussorgsky.

Rood, schaterend rood, zong de jurk van Sonja, de dochter van den waard; van Sonja, die hem inschonk, glas na glas. Een wild, brutaal scherzando lachte hem tegen uit haar zwarte oogen. En haar gang, haar wiegende gang naar de toonbank werd een dans, een sierlijke, luchtige dans, die mee-wiegelde, meezweefde, mee-zong in Modeste's hoofd, in Modeste Moussorgsky's door wodka beneveld hoofd.

Alles zong, alles zong woest door-één. 't Was, of duizend snaren gonsden in zijn ooren.

— Laat staan dat glas, Modeste!

Maar Modeste dronk voort, Modeste Moussorgsky

dronk voort!

Er drong een groote weemoed in zijn grooten, dronken kop. Alles wat hij, al drinkend, vergeten wilde,

Sluiten