Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zijn Zuidrussische opera goed „getroffen" is. Nog éénmaal vergeet hij zijn zorgen. Dat is de toekomst: begrepen worden, leven in contact met het volk, met het léven zelf.

Vanuit Jelissawetgrad schrijft hij:

„Ik was in de vaderstad van ons grootvadertje Petrow en aanschouwde de onoverzienbare steppe, die wijd en vrij is, als zijn geweldige ziel."

Doch in Sebastopol ziet hij weêr den dood. De Krim-oorlog is pas beëindigd en overal zijn nog de versche sporen van dit wreede spel met den dood te zien.

En hier zingt Darja Michailowna Leonowa het aangrijpendste van al zijn liederen, de ballade, gedicht door zijn vriend, Graaf Golenitschew, en opgedragen aan den schilder der Russische slagvelden, W. W. Wereschtschagin, wiens schilderij, „de Vergetene", dichter en componist inspireerde. De ellende van verlaten op het slagveld dood te bloeden en de verwachting van moeder en kind, die vader ieder oogenblik hopen terug te zien, klinken samen in een wreed, schrijnend accoord. Lijkklacht en wiegenlied zingen dooreen , maar Sebastopol is den oorlog al weêr vergeten en interesseert zich enkel nog voor koersen en graanprijzen!

Sluiten